Research paper

De toekomst van Europa

De houding van Publiek en Elite in Europa vergeleken

Image source/description: Presidentskandidaat Emmanuel Macron ontmoet werknemers van een Whirlpoolfabriek in Amiens op 26 april 2017. De arbeiders protesteerden tegen plannen om de fabriek te verplaatsen naar Polen.
De toekomst van Europa

Samenvatting

  • De Europese Unie en haar lidstaten kampen al bijna tien jaar met politieke onrust. Als de EU het crisismanagement achter zich wil laten en wil werken aan politieke en economische vernieuwing, moet ze eerst een beter inzicht hebben in de redenen die schuilgaan achter de houding van het grote ‘publiek’ en de ‘elite’ tegenover de EU, en in de gebieden waar deze houding overeenkomt en verschilt.
  • Deze paper is gebaseerd op een unieke enquête die werd uitgevoerd tussen december 2016 en februari 2017 in 10 landen en die zich richtte op twee groepen: een representatieve steekproef van meer dan 10.000 leden van het publiek; en een steekproef van meer dan 1.800 van de Europese ‘elite’, individuen op invloedrijke posities uit de politiek, de media, de bedrijfswereld en de burgersamenleving op het lokale, regionale, nationale en Europese niveau.
  • De resultaten laten een Europees continent zien dat verdeeld is op drie punten. Ten eerste is er een kloof tussen de elite en het publiek. De houding van beide groepen loopt parallel als het gaat over – onder meer – de solidariteit en de democratie in de EU en ook als het gaat over een Europees identiteitsgevoel. Uit de resultaten blijkt echter een grote verdeeldheid met betrekking tot algemene houdingen, overtuigingen en levenservaringen. De elite ervaart vaker de baten van de EU-integratie en is liberaler en optimistischer. Er is daarentegen een sluimerende ontevredenheid bij het publiek, waarbij een groot deel de EU als negatief ziet en wil dat ze bevoegdheden teruggeeft aan de lidstaten. Ook maakt dit deel zich zorgen over de effecten van immigratie. Slechts 34% van het publiek heeft het gevoel dat de EU hen voordeel oplevert, tegenover 71% van de elite. Een meerderheid van het publiek (54%) denkt dat hun land 20 jaar geleden een betere plek was om te wonen.
  • Ten tweede is er binnen het publiek een duidelijke verdeeldheid tussen de meer liberale en autoriteitsgezinde groepen, vooral met betrekking tot identiteitsgevoelens. Deze verdeeldheid speelt een veel grotere rol bij het vormen van een houding tegenover de EU dan bijvoorbeeld de economische status of het ervaren van sociale achterstelling. De politieke uitdagingen die voortvloeien uit deze verdeeldheid zullen waarschijnlijk nog jaren aanhouden, zelfs nadat de economische groei duurzaam is hersteld.
  • Ten derde ontbreekt het aan consensus bij de elite over belangrijke vragen rond de richting die de EU moet inslaan. Een overgrote meerderheid van de elite vindt dat ze voordeel haalt uit de EU, maar rond het voortzetten van de integratie bestaat er helemaal geen eensgezindheid. In tegenstelling tot de veronderstelling dat de elite pro-integratie is, steunt 28% de status quo, vindt 37% dat de EU meer bevoegdheden moet krijgen, en vindt 31% dat de EU-bevoegdheden moet teruggeven aan de lidstaten. De elite telt ook meer tegenstanders dan voorstanders als het gaat om de eventuele oprichting van de ‘Verenigde Staten van Europa’, maar voor een diepere integratie van de eurozone is wel veel steun.
  • De enquête maakt duidelijk dat de EU-politiek is verschoven van een periode waarin ze bemiddelde tussen een integratiegerichte politieke klasse en een af en toe sceptisch publiek, naar een meer gemengd beeld bij beide groepen. De resultaten hebben belangrijke implicaties voor het debat over de toekomst van Europa.
  • Er is veel steun bij het publiek en de elite voor een unie die steunt op solidariteit. Zo vindt bijvoorbeeld 77% van de elite en 50% van het publiek dat rijkere lidstaten de armere financieel moeten steunen, terwijl slechts 12% van de elite en 18% van het publiek daar niet mee akkoord gaat. De uitdaging om een meer rechtvaardige en samenhangende unie op te bouwen, wordt daardoor niet eenvoudiger, maar het onderstreept de overtuiging dat een EU met erg verschillende niveaus qua inkomen en economische prestaties, nog altijd moet steunen op solidariteit.
  • Verdeeldheid binnen de elite over de toekomst van de EU creëert ruimte voor nieuwe ideeën en visie. Er is geen consensus bij de elite over een bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten, of over een federalistische visie. Dit betekent dat er behoefte is aan politiek leiderschap dat een visie op de langere termijn kan uitdragen en kan steunen op een meerderheid van de elite en van het publiek. Een aantrekkende Europese economie en relatieve politieke stabiliteit die na dit verkiezingsjaar kunnen postvatten in Frankrijk en Duitsland, kunnen een unieke kans zijn, die maar één keer in een generatie voorkomt, voor een proces van politieke en economische vernieuwing. Dit lijkt nog waarschijnlijker na de verkiezing van president Emmanuel Macron in Frankrijk. Ook blijkt uit de enquête een evenwichtige, positieve kijk op het Duitse leiderschap: 48% van het publiek en 62% van de elite vindt dat Duitsland een positieve rol speelt in de EU; 28% van het publiek en 23% van de elite is het daar niet mee eens.
  • Europa moet het binaire ‘meer of minder’-debat overstijgen. Het ontbreken van een duidelijke meerderheidsvisie op het te volgen pad, vereist een integratieagenda die de verscheidenheid aan perspectieven over de toekomst van Europa erkent, maar verder gaat dan een simpele keuze uit ‘meer’ of ‘minder’ Europa. Veel respondenten die over het algemeen tevreden zijn met de prestaties van de unie, willen geen extra bevoegdheden overhevelen naar EU-niveau. Een substantieel deel van het publiek en de elite ervaart voordelen van de EU, maar wil ook dat er bevoegdheden worden teruggeven aan de lidstaten. Echte politieke vernieuwing in Europa vereist een opener, creatiever en zelfs conflictrijker debat.
  • Strategieën voor de toekomst van de EU die hameren op een integratieproces met verschillende snelheden tussen specifieke lidstaten, negeren de grote breuklijnen die door het Europese vasteland lopen. Dit suggereert dat er behoefte is aan een flexibele benadering van de komende integratie die is gebaseerd op meer dan één visie op een EU-kern en -periferie.
  • Verdeeldheid binnen het publiek is even significant als verdeeldheid tussen staten, en moet middels andere strategieën worden aangepakt. Zij die de publieke steun voor de EU willen bevorderen, mogen niet enkel focussen op een EU die de economische welvaart van de EU-burgers verbetert. Leiders van EU-instellingen, maar ook nationale politici, moeten meer inspanningen doen om de kloof te dichten tussen hun eigen houding en die van hun burgers tegenover diepere sociale kwesties zoals de vrees voor het verliezen van de nationale identiteit, de immigratiedruk, en de gepercipieerde ongelijke toegang tot kansen. Debatten over de richting die de EU moet uitgaan, moeten worden herkaderd en iets doen aan de bezorgdheid over een vermeende bedreiging van de nationale tradities en culturen, en tegelijk inspelen op de onrust over de economische prestaties.
Top